Hyperthyreoïdie bij de kat (schildklieraandoening)

De schildklier (glandula thyreoïdea) bestaat uit twee delen, elk aan een kant van de luchtpijp in de hals. De voornaamste taak van de schilklier is het produceren van het schildklierhormoon (T4), dit hormoon reguleert de stofwisseling. Wanneer de schildklier te veel schildklierhormoon produceert, is er sprake van hyperthreoïdie. In bijna alle gevallen word dit veroorzaakt door een goedaardige  tumor in de schildklier, in slechts 2% van de gevallen gaat het om een kwaadaardig proces.

Een goede eetlust en toch vermageren, onrustig, een slecht verzorgde vacht, koele plekken opzoeken, veel drinken en plassen, braken en diarree kunnen tekenen van een overactieve schildklier zijn. In sommige gevallen word de kat juist sloom, wil niet meer eten en vermagert.

 

Bij een verdenking van hyperthyreoïdie kan de diagnose worden gesteld door bloedonderzoek, het schildklierhormoon niveau word dan bepaald. Vaak kan de dierenarts ook een vergrootte schildklier in de hals voelen. Verder kan de dierenarts nog een hoge pols waarnemen en zien we vaak een typische spitse kop. Ectopisch schildklierweefsel is alleen met aanvullend beeldvorming (scintigrafie) vast te stellen. Met deze techniek is het ook mogelijk om de activiteit van de gewone schildklier te beoordelen.

 

Wanneer hyperthyreoïdie bij uw kat is vastgesteld zijn er verschillende behandelopties.

  • Voeding

Voor de productie van schildklierhormoon is de schildklier jodium nodig. Dit krijgt een dier normaal gesproken binnen via de voeding. Door een jodiumarm voer (bijvoorbeeld Hills prescription diet - Feline y/d) te geven, word de productie van schildklierhormoon geremd. Na het starten met jodiumarm voer zien we meestal na 4 weken een daling van het schildklierhormoon niveau. Belangrijk hierbij is dat de kat niets anders te eten krijgt (bijvoorbeeld muizen). Hierdoor is deze behandeling niet voor elke kat geschikt. Bloedonderzoek  (T4) ter controle is aan te bevelen.

  • Medicatie

Schildklierremmers (bijvoorbeeld Thiafeline) worden voorgeschreven als voorbereiding op een schildklieroperatie of een behandeling met radioactief jodium. Daarnaast is het mogelijk om katten die niet voor een andere therapie in aanmerking komen, levenslang te behandelen met medicatie.

Deze medicatie dient twee keer per dag aan uw kat te worden gegeven. Daarnaast is in het begin regelmatig bloedonderzoek (T4) nodig om de optimale dosering vast te stellen. Ook als katten levenslang medicatie krijgen is dit noodzakelijk.

  • Chirurgie

Wanneer slechts een deel van de schildklier overactief is (linker of rechter lob) is het mogelijk om dit deel van de schilklier operatief te verwijderen. Voor de operatie krijgt de kat eerst een tijdje medicatie om het niveau van het schildklierhormoon te normaliseren. Wanneer dit zo ver is kan de kat geopereerd worden. Doordat het achtergebleven deel van de schildklier de werking volledig kan overnemen hoeft de kat hierna geen medicatie meer. Soms komt het echter voor dat het andere deel van de schildklier toch ook overactief word, dan moet er alsnog gekozen worden voor  één van de andere behandelopties.

  • Radioactief jodium

Bij deze therapie word radioactief jodium (I-131) ingebracht in de kat. Dit radioactieve jodium word uitsluitend door de overactieve schildkliercellen opgenomen, waarna deze cellen kapot gaan. Meestal is het schildklierhormoon niveau binnen 3 weken genormaliseerd, soms duurt dit iets langer. Voor 95% van de katten is een enkele behandeling voldoende, in de andere gevallen moet de behandeling herhaald worden. Heel soms heeft een kat na een behandeling een te laag niveau schildklierhormoon (hypothyreoïdie). Afhankelijk van de ernst en de klinische symptomen moet er in dat geval juist schildklierhormoon (tabletjes) verstrekt worden aan de kat.

Het radioactief jodium heeft nauwelijks risico voor de kat, voor mensen moeten er wel beschermende maatregelen worden genomen. Na de behandeling blijft de kat (dus ook zijn speeksel, ontlasting en urine) radioactief, daarom is het nodig dat de kat een tijdje in de kliniek verblijft totdat de radioactiviteit voldoende is afgenomen.

Het uitvoeren van deze therapie is verbonden aan strikte regels, hierdoor is deze therapie niet bij elke dierenkliniek mogelijk. In Nederland is het bij twee klinieken mogelijk, Universiteits Kliniek voor Gezelschapsdieren (UKG, Utrecht) en Lingehoeve Diergeneeskunde (Lienden).

 

 

Bij Dierenkliniek De Posten zijn de drie eerst genoemde behandelopties mogelijk. Voor de behandeling met radioactief jodium moeten wij u doorsturen naar één van de genoemde klinieken. Mocht er bij uw kat hyperthyreoïdie zijn vastgesteld, overleg dan altijd met uw dierenarts over de meest geschikte behandeling.